\documentstyle[a4]{artikel1}
\begin{document}
\title{De Nederlandse Briefstijl}
\author{Victor Eijkhout}
\date{6 october 1989}
\maketitle
\begin{abstract}
Een bescheiden handleiding voor de Nederlandse briefstijl,
met opmerkingen over het wat, hoe en waarom.
\end{abstract}
\section{Verantwoording}
De Nederlandse \LaTeX-stijl `brief' conformeert zich aan 
NEN-normen\footnote{Mijn zeer grote dank aan Jan Grootenhuis
die mijn aandacht vestigde op het bestaan van de normbladen.}
1026 voor briefpapier, 3162 voor het indelen van documenten,
1025 voor enveloppen, en 3516 voor het ontwerp van formulieren.
Briefontwerp is controversieel. Iedereen heeft een smaak, en
met name bij briefpapier is die vaak zeer uitgesproken. 
Ik wil beklemtonen dat ik bij de implementatie van de briefstijl
bijna nergens mijn smaak nodig heb gehad. Dankzij de NEN-normen
is het ontwerp van briefpapier een zaak van exacte wetenschap,
niet van schone kunsten.
Deze stijl is redelijk incompatibel met de \LaTeX\ `letter' stijl.
Hij is in bescheiden mate met opties in te stellen,
en de sleutelwoorden kunnen uit een aantal talen
gekozen worden. Alle teksten zijn verder geparametriseerd.
Het is dus goed mogelijk stijlopties te maken om deze stijl
aan een specifieke omgeving aan te passen.
Als de gebruiker geen gebruik maakt van een voorgedrukt briefhoofd,
kan hij zijn eigen briefhoofd in \LaTeX\ implementeren, of
door de stijl een briefhoofd geleverd krijgen. Het ontwerp van
dit briefhoofd is de enige plaats waar mijn smaak zich heeft
doen gelden, maar zelfs dit ontwerp heb ik gejat uit een NEN-norm.
Opmerking: zeker bij het gebruik van vensterenveloppen is het
voor de briefstijl
van cruciaal belang dat de gebruikte printer goed afgesteld
staat. Dit valt te controleren aan de hand van het adres:
dit dient op  33mm van de linker kantlijn te staan, terwijl
de `baseline' van de eerste regel zich 59mm onder de bovenrand
van het papier dient te bevinden.
\section{Velden van het briefpapier}
Deze sectie behandelt de indeling van brieven aan de hand
van NEN-norm~1026.
\subsection{Marges}
Alle marges conformeren zich aan NEN-1026, behalve de 
rechtermarge die ik voor een evenwichtiger bladverdeling
gelijk gemaakt heb aan de linkermarge. 
Met een gezette brief ziet dit er beduidend beter uit.
De linkermarge is 33 millimeter; er zijn nog geen voorzieningen
voor de versmalde marge van 20 millimeter, die voor facturen
beter is. 
Dit zal misschien ooit een optie worden.
Om aan te sluiten by traditionele getypte briefopmaak
is `raggedright' bij verstek ingeschakeld.
Aangezien briefhoofd, referentieregels, en voetregel de brief
vrij breed kunnen maken, is de corpsgrootte bij verstek 11-punt.
10~en~12 zijn opties.
\subsection{Briefhoofd}
Het moeilijkste deel van een brief, en de voornaamste plek waar
de ontwerper van briefpapier zijn creativiteit kwijt kan
is het briefhoofd.
In de huidige stijl heeft de gebruiker drie mogelijkheden.
Een. Hij gebruikt voorgedrukt briefpapier. Als dit zich een
beetje aan NEN-normen houdt is er verder niets aan de hand.
Twee. De gebruiker kan zelf een macro \verb.\briefhoofd. schrijven.
Als dit binnen de hoogte van
\verb.\@headheight. blijft, is er niets aan de hand;
voorkeursbreedte is \verb.4\refveldbreedte., dat wil zeggen, de
breedte van de referentieregel.
Drie. Er is een macro van twee argumenten, `maakbriefhoofd',
die een briefhoofd levert dat ge\"\i nspireerd is op de
voorbeeldbrief in NEN-1026. Voorbeeld:
\begin{verbatim}
\maakbriefhoofd{WG13}{Werkgroep 13\\ Mathematisch Instituut
   \\ Toernooiveld 5\\ 6525 ED Nijmegen}\end{verbatim}
Het eerste argument levert
een tekst op die links boven een verticale lijn gezet wordt.
Het links aanlijnen gebeurt met \verb.\hfil., dus met een
\verb.\hfill. in het argument kan een deel van het hoofd naar
rechts worden geschoven.
Het tweede argument van `maakbriefhoofd' wordt als een blokje tekst
rechts onder de lijn in het briefhoofd gehangen. 
In principe is dit argument er voor het adres van de afzender.
Er is echter een mogelijkheid  het antwoordadres
in het adresveld op te nemen, zie hier onder.
In het briefhoofd kan dan een omschrijving als 
`adviesburo voor gespecialiseerde algemeenheden' staan.
Het tekstblok in het tweede argument lijnt links met de datum en
het vierde voetitem (zie onder), en blijft idealiter binnen
de marge van de pagina. Er worden echter geen 
`overfull box' meldingen gegeven als de tekst te breed is.
Er is een `sterretje'-versie van `maakbriefhoofd'; 
deze geeft op de vervolgbladen alleen het eerste argument
plus de streep. Dat maakt de kop van de pagina wat minder
zwaar.
\subsection{Adresveld}
Het adresveld wordt zodanig geplaatst dat het in het
venster van een vensterenvelop zichtbaar is als het
venster 5cm onder de bovenrand van de envelop begint.
Omdat er zowel vensterenveloppen zijn met het venster
links als rechts, is er een optie {\tt adresrechts}
die het adresveld rechts plaatst. De voorkeurspositie
is echter links; er blijft dan namelijk rechts een 
`ontvangerruimte' waar de geadresseerde stempels (`binnen
gekomen dd.') en dergelijke kan zetten.
Het adresveld komt op dezelfde manier tot stand als in de
oude `letter' stijl: de gebruiker geeft
\begin{verbatim}
\begin{brief}{Jan \TeX er\\ Overfullplein 10000 \\ Baselinestad}
\end{verbatim}
in, en hieruit destilleert \LaTeX\ de naam en het verdere
adres van de geadresseerde. 
De naam komt nog voor op de vervolgbladen.
Het schijnt van de PTT te mogen dat er (helemaal boven) in het ruitje
van de vensterenvelop een antwoordadres wordt opgenomen,
als dat maar gebeurt zodanig dat het geen verwarring
schept met het adres. Er is een commando \verb.\antwoordadres.
dat een adres als argument accepteert, 
met de regels gescheiden door~\verb.\\..
Voorbeeld:
\begin{verbatim}
\maakbriefhoofd{WG13}{De de facto standaard \\ in Vaderlandse
                      \\ \TeX verwerking}
\antwoordadres{Mathematisch Instituut \\ Toernooiveld 5
               \\ 6525 ED Nijmegen}\end{verbatim}
\subsection{De Referentieregels}
Direct onder het adresveld volgt ruimte voor gegevens
van de geadresseerde, `Uw brief van' en `Uw kenmerk',
en van afzender, `Ons kenmerk' en `Datum'.
Voor deze referentiegegevens staan de gebruiker
de commando's \verb.\uwbriefvan., \verb.\uwkenmerk.,
\verb.\onskenmerk., en \verb.\datum. ter beschikking.
Deze macro's hebben elk \'e\'en argument tussen accolades.
De datum wordt automatisch ingevuld; niet ingevulde
gegevens worden niet opgenomen.
\subsubsection{Datum}
Voor de datum staan drie mogelijkheden ter beschikking.
\begin{itemize}
\item Als de gebruiker niets doet vult \LaTeX\ de datum in,
\item als de gebruiker met \verb.\datum{4 juli 1776}. 
      een brief antedateert, verschijnt die datum;
\item door het specificeren van een leeg argument
      \verb.\datum{}. wordt voorkomen dat er een datum ingevuld
      wordt.\end{itemize}
\subsubsection{Teksten in de referentieregel}
De teksten die hier in de kopjes staan worden
in eerste instantie door de taalopties bepaald.
Verstekwaarde is natuurlijk `nederlands', maar er
zijn `engels', `amerikaans', en `duits' beschikbaar.
Ik houd me aanbevolen voor correcte terminologie
in andere talen; met name weet ik zeker dat ik
bij het Duits fouten heb gemaakt. En wie geeft me de 
Franse termen?
De teksten in de referentieregel
zijn waardes van de macros
\verb.\uwbriefvantekst., \verb.\uwkenmerktekst.,
\verb.\onskenmerktekst., en \verb.\datumtekst..
Het is dus mogelijk  `doorkiesnummer' in plaats van `ons kenmerk'
te krijgen door deze tekst
als `onskernmerktekst' te declareren, bij voorbeeld
met \verb.\renewcommand. in het preamble.
\subsection{De tekst van de brief}
Hier hoeft op deze plaats niets over gezegd te worden,
anders dan dat de aanhef, net als in de `letter' stijl
met \verb.\opening. gebeurt. Er is een `betreft' commando.
Ook de afsluiting staat in het \LaTeX-boek beschreven,
maar de commandonamen zijn Nederlands geworden:
`ondertekening' (was `signature'), 
`afsluiting' (was `closing'), `ps', `cc' (dit is Engels,
maar bijna niemand weet wat het betekent), 
`bijlagen' (was~`encl').
\subsection{Voetruimte}
`In de voetruimte' (ik citeer NEN-1026) `komen die gegevens
van de afzender die niet reeds in het briefhoofd zijn
vermeld'. De keuze hiervan wordt aan de gebruiker overgelaten.
Enkele suggesties zijn: kantooradres, telefoonnummer van de
centrale, faxnummer, inschrijvingsnummer en -plaats in het
handelsregister.
Er kunnen maximaal vier voetitems zijn. 
Items verschijnen op de pagina in de volgorder waarin de
gebruiker ze gedeclareerd heeft.
Bij twee items of meer is het laatste rechtsgeplaatst. Goeie truc.
Omdat hier beduidend meer keuze is dan bij de referentieregel,
moet de gebruiker zelf het hoofdje en de daaronder
geplaatste tekst van items in de voetregel voorschrijven.
De macro van twee argumenten \verb.\voetitem. staat
hem/haar daartoe ter beschikking. Elke van de argumenten
kan meer dan \'e\'en regel lang zijn, gebruik~\verb.\\..
Voorbeeld:
\begin{verbatim}
\voetitem{fax:}{12345 Winat nl}
\voetitem{telefoon:}{080-613169\\ bgg: 612986}
\voetitem{telefoon\\ priv\'e:}{080-448664}\end{verbatim}
\subsection{Hulplijntjes; vouwstreepjes}
Door een optie `streepjes' in te schakelen, is het briefpapier
van hulpstreepjes te voorzien.
Volgens NEN-1026 heeft briefpapier een instelstreepje halverwege,
niet voor vouwen in twee\"en zoals hele volksstammen denken, maar
voor het aanlijnen van de perforator.
Aan de rechterzijde van het blad zijn twee vouwstreepjes, een
voor vouwen in drie\"en, en een voor vouwen in twee\"en.
Geen van beide bevindt zich op de helft of een-derde van de
papierhoogte. Omdat enveloppen hoger zijn dan een A4-tje gedeeld
door 2 of~3 zou dat ook niet kunnen. Vensters, weet U wel?
Ik ben uitgegaan van envelopformaten EN-C5 ($162\times229$mm
voor een A4 in twee\"en) en EN-DL ($110\times220$ voor
een A4 in drie\"en) volgens NEN-1025 en ISO 269-1979.
Vouwstreepjes bevinden zich op 105mm en 155mm onder de 
bovenrand van het papier.
\section{Vervolgbladen}
Boven elk vervolgblad komt het briefhoofd (mogelijk verkort,
zie boven) en een verkorte
vorm van de referentieregel; deze regel bevat het
bladnummer.
Als het briefhoofd met daaronder de `vervolgreferentieregel'
(galgje! galgje!) te veel ruimte innemen, gaat de extra ruimte
af van de teksthoogte. Voor dit mechanisme durf ik niet
voor de volle achtien-en-een-half procent in te staan.
Het lijkt in ieder geval te werken.
\section{Opties}
De optie `adresrechts' is  boven al genoemd, evenals `streepjes';
verder is er nog een optie `typhulp' die een
hulplijntje voor het aanlijnen van het adres zet. Misschien leuk
als je deze stijl gebruikt voor briefpapier dat daarna voor de
typmachine gebruikt wordt.
Belangrijker zijn natuurlijk de taalopties.
Voor mensen met te goede of slechte ogen zijn er de 10- en
12-punts opties. Let op: de kopjes in de referentie- en
voetregel blijven in {\tt cmssq8} staan.
\section{Labels}
Pijnlijk punt. Dit moet nog gedaan worden.
\end{document}
